Bedrijfsarts bedreigd

Mag de bedrijfsarts de politie melden dat hij zich bedreigd voelt door een werknemer?

Op basis van de KNMG-Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie mag de bedrijfsarts aangifte doen als er goede redenen zijn de dreiging te beschouwen als een direct gevaar voor zichzelf of derden.

Het beroepsgeheim ten opzichte van de werkgever mag pas worden doorbroken bij een direct gevaar voor werknemer, werkgever of collega’s. Wel mag een bedrijfsarts, die door agressief gedrag van een werknemer geen oordeel over diens belastbaarheid kan geven, daar in neutrale termen over rapporteren. Voorbeeld: ‘Werknemer werkt onvoldoende mee aan mijn onderzoek, waardoor ik geen oordeel over zijn belastbaarheid kan geven. Deze niet-coöperatieve opstelling kan de werknemer worden aangerekend.’

De werknemer zelf kan altijd worden gewaarschuwd dat agressief/intimiderend gedrag – waarbij aangegeven wordt om welk gedrag het gaat – in de toekomst niet geaccepteerd zal worden en dat de begeleiding in dat geval niet zal worden voortgezet. Als er sprake is van herhaling ondanks waarschuwing of ernstige bedreigingen/geweld kan aan de werkgever bericht worden dat de begeleiding niet zal worden voortgezet. Hierbij wordt geen opgave van redenen gegeven: het is aan werkgever zelf om dat bij de werknemer uit te zoeken. Let wel: als gedragingen veroorzaakt worden door een psychische stoornis, wordt meer verwacht van hulpverleners!

Bron: Leidraad Bedrijfsarts en Privacy, pag. 27.

De nieuwe Arbowet met ingang van 01-07-2017

De nieuwe Arbowet gaat officieel in op 1 juli 2017. Het inwerkingstredingsbesluit tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet is vandaag gepubliceerd in het Staatsblad (Stb.nr. 254).

De vernieuwde Arbeidsomstandighedenwet heet officieel “Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met de versterking van de betrokkenheid van de werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening, de preventie in het bedrijf of de inrichting van de werkgever en de randvoorwaarden voor het handelen van de bedrijfsarts”. Dit wetsvoorstel wordt vaak afgekort tot de gewijzigde of nieuwe Arbowet.

Voor alle informatie klik op onderstaande link:

https://www.arboportaal.nl/actueel/arbozorg/digitale-toolbox

Bekijk ook onderstaande video’s.

  • Nieuwe Arbowet
  • Bedrijfsarts en nieuwe Arbowet

 

Nieuwe werkwijzer Poortwachter UWV

De nieuwe werkwijzer Poortwachter UWV. Wat staat erin ?

Het is een nogal juridisch droog stuk dat vertelt welke stappen in de verzuimaanpak moeten worden gezet. Zowel qua tijdslijn, als afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De meeste van die stappen zijn wel bekend. De highlights.

Verplichte spoor 2 re-integratie

Nieuw is dat na één jaar verzuim het niet per sé verplicht is om (ook) de re-integratie spoor 2 in te zetten.

Als er concrete werkhervattingmogelijkheden in spoor 1 onder handbereik zijn, dan hoeft u niet de bakens te verzetten. Dat betekent dan een extra stap in uw verzuimprotocol om na één jaar plus een kwartaal – dus na 65 weken – te controleren of het misschien niet tóch alsnog spoor 2 re-integratie moet worden.

Kosten re-integratie

Van het UWV mag die re-integratie trouwens best wat kosten. Van “bovenmatige kosten” is pas sprake als die meer bedragen dan 70 procent van het nog te betalen brutoloon over de resterende duur van het dienstverband. Dat kan fiks in de papieren lopen dus.

Stel dat het normale bruto jaarsalaris van de werknemer 30.000 euro bedraagt. En stel dat u in het tweede jaar 85 procent van het loon betaalt. Dan mag u dus van het UWV niet piepen zolang de re-integratiekosten voor het tweede jaar 17.850 euro of minder bedragen.

Instrumentarium

Arbeidstherapie – het uitvoeren van werkzaamheden zonder dat daar loonwaarde aan kan worden toegekend – is altijd kortdurend. Maximaal vier tot zes weken. De therapie is bedoeld om uit te vinden wat de werknemer aankan. Of bijvoorbeeld om te bekijken of aanpassing van werkprocessen tot knelpunten leiden.

In de praktijk komen situaties voor waarbij mensen máándenlang op arbeidstherapeutische basis werken omdat ze onvoldoende belastbaar zijn. Dat kwalificeert het UWV echter als “stagnatie” wat onverbiddelijk tot een loonsanctie leidt. Er bestaat ook een STECR werkwijzer over dit onderwerp.

Scholing

Werkgever en werknemer zijn verplicht scholing aan te bieden respectievelijk uit te voeren. Een opleidings- of trainingstraject is bedoeld om een werknemer geschikter te maken voor ander passend werk. Zo’n traject duurt in de regel maximaal zes maanden. 

Arbeidskundig onderzoek

Weer een ander instrument is het “herverkavelen van functies”. Het is inmiddels gebruikelijk om na 42 weken een arbeidskundig onderzoek uit te laten voeren.

Een arbeidskundige analyseert dan de werkbelasting van de eigen functie en beoordeelt tevens de belasting van eventuele alternatieve functies binnen de eigen organisatie. Deze worden afgezet tegen de door de bedrijfsarts beoordeelde mogelijkheden en beperkingen van de zieke werknemer – het Inzetbaarheidsprofiel – en zodoende wordt uitgerekend of re-integratie spoor 1 tot een reële mogelijkheid behoort. Mogelijk ook door het werk anders te organiseren, het herverdelen van taken, etc.

Gek genoeg valt de term “arbeidskundig onderzoek” niet in de werkwijzer. Maar… in hoofdstuk 10 ‘Arbeidskundige toetsingsaspecten’ valkt te lezen dat het UWV het als een tekortkoming van de re-integratie ziet als de werkgever geen onderzoek heeft ingesteld naar de “herplaatsingsmogelijkheden in (meer) eigen/ander/aangepast werk in de eigen onderneming”. Daar staat het dan toch, zij het niet met zoveel woorden.

Loonsanctie

Wie de werkwijzer leest, krijgt snel het idee dat het loonsancties regent. Er lijkt geen ontkomen aan. Dat idee wordt gevoed doordat het hele proces van re-integratie best ingewikkeld is. En misschien, ondanks deze leidraad, toch wat vaag. Het kent veel “mitsen” en “maren”. Als bijvoorbeeld een re-integratie spoor 2 traject mislukt maar er zijn tóch nog onbenutte benutbare mogelijkheden, dan moet opnieuw geprobeerd worden om… etc, etc. Het lijkt lastig dit onder controle te houden.

Het aantal WIA-aanvragen in 2016 bedroeg 60.000. In 1.800 gevallen werd om inhoudelijke redenen een loonsanctie opgelegd. Dat is slechts drie op de honderd gevallen. Dat valt mee.

Bijna even zo vaak gaat het trouwens mis om administratieve redenen; dossier niet op orde.

Passende arbeid

Het einddoel van de re-integratie is dat de zieke werknemer structureel aan de slag is in ‘passende arbeid’. Daarmee wordt werk bedoeld dat zo nauw mogelijk aansluit bij zijn mogelijkheden, beperkingen en competenties en dat kan iets anders zijn dan het werk dat hij deed.

In alle fasen van de re-integratie blijkt het voor werkgevers lastig om invulling te geven aan het advies van de bedrijfsarts om te zorgen voor passende arbeid.